‘Ik wil weer een vliegje in mijn mond’, diversiteit als het nieuwe normaal

Op 1 januari zijn we het decennium van ecosysteemrestauratie binnen gegaan. Dat betekent dat we wereldwijd de paradigmashift te maken hebben van het denken en handelen in monoculturen naar het respecteren en creëren van diversiteit. Een 1000 jarige eik krijg je niet in 10 jaar terug, maar de vitale dynamiek van diversiteit wel. Ik nodig je uit om jouw ervaring – in welk vak- of levensgebied dan ook –  met diversiteit en monocultuur te documenteren.

Op 12 februari (14.00 -15.30 uur) nodigen we je uit om mee te doen aan de online bijeenkomst hierover. We leggen de puzzelstukken bij elkaar en laten ons inspireren voor de volgende stappen. Meld je aan op info@bijenoase.nl
Hieronder, als start, mijn bespiegeling.

Ik wens ieder een vitaal 2021!

Sonne

Na onze eeuwenlange gevechten tegen het water, de hongerwinter met als ‘verlossing’ mechanisering en het loskoppelen van de natuurlijke grondslag door kunstmest en bestrijdingsmiddelen, zijn wij gewend geraakt aan monoculturen en kapotte ecosystemen. We weten niet meer van wild en weelderig, van complexiteit en natuurlijke balans. Ons referentiekader is monocultuur en controle, aangeharkt en netjes. Dat is ons normaal.

Vanuit dit normaal is onze blik op de natuur veranderd. We kijken niet meer vanuit verbinding naar de wereld om ons heen, maar als toeschouwer. De gevolgen hiervan uiten zich in het verlies aan soorten en in klimaatverandering. Dat was buiten ons, om ons heen en als je de referentie mist, vaak best aangenaam: geen vliegjes in je mond als je ’s avonds fietst door heerlijk warme zomers… dat is zo gek nog niet.
David Attenborough becijfert in Life on our Planet dat gedurende zijn leven het aandeel wilde natuur met bijna 50% afneemt, terwijl het aantal mensen met 5,5 miljard toeneemt sinds 1937. De wereld is in ‘cultuur’ gebracht door één dominante soort.

Als Nederlandse Bijenkoningin was ik te gast bij de première van de IDFA documentaire Honeyland. Dit verhaal werd door toeschouwers omschreven als een sprookje. Maar ik zag een nachtmerrie. De laatste overlevers in de kale en verlaten bergen van Macedonië. In het eens welvarende land, de bakermat van Alexander de Grote, wordt een vrouw geportretteerd met haar zieke moeder. Ze kan niet weg en leeft van de oogst van honing. Zij neemt nooit meer dan de helft van de overvloed en laat de volken in leven omdat ze weet dat ze afhankelijk van hen is. Dan strijkt een gezin neer dat als een stel schreeuwende kraaien alles opvreet, de laatste boom met bijennest omzaagt om alle honing te verkopen. Weg is de pijler van haar bestaan. Zij blijft achter, terwijl het gezin verder trekt en haar moeder overlijdt. Dit verhaal laat zien wat wij al langer zijn kwijtgeraakt, het besef van verbinding en wederkerigheid met de natuurlijke wereld waarin wij leven. Monocultuur gaat altijd samen met vatbaarheid voor- en snelle verspreiding van ziektes plagen. Het verlies aan wilde leefomgeving en het kooien van soorten in megastallen -of van ons zelf in winkelstraten en kantoren- vergroot de kans op ziekte.

En wat altijd buiten ons gebeurde, gebeurt nu in ons. Wij worden ziek en zijn zelf de verspreider van een niet te stuiten virus. Wij proberen dit te beheersen met bestrijding door isolatie, hygiëne en vaccinatie. Maar onze controlemechanismes zijn niet sterk genoeg om onze sociale aard en ons verlangen naar vrijheid en zelfbeschikking er onder te krijgen.

In het voorjaar stond alles stil. Vervuilde lucht klaarde op tot stralend blauw. De vogels zongen luider dan ooit, luipaarden liepen door verlaten straten en dolfijnen zwommen in Venetië. Op de radio waren nog verschillende stemmen. Die ene die pleitte voor het versterken van het immuunsysteem door buiten in de zon te zijn, die ander die pleitte voor het isoleren van onze ouderen. Het werd een mensonwaardige tragedie. Maar als we niet in opstand waren, of in angst, konden we wereldwijd onszelf ervaren als één soort, verbonden met elkaar, gesterkt door natuur en zonlicht.

“Als er te veel is van één soort, vergroot dan de complexiteit” is de leidende zin uit de documentaire Biggest Little Farm, waarmee twee stedelingen, van scratch af aan een boerenbedrijf opbouwen in de woestijn van Californië. De hele onderneming staat in het teken van het toevoegen van diversiteit, waarmee de natuur zelf een evenwicht vindt, in plaats van het bestrijden van ziektes en plagen. Na 7 jaar is het systeem in balans en is er een overvloed aan voedsel.

Daar waar een plaag overheerst is meer complexiteit nodig. Diversiteit -niet steriliteit- zorgt immers voor balans en gezondheid. In deze spiegel zien wij onszelf: plaag én genezer. Europa staat tussen China en Amerika. China, waarin de bestrijding plaats vindt met staatscontrole, alle individuele vrijheid inperkend. Amerika, waarin het kapitalisme tot chaos en polarisatie leidt en niet meer zorgt voor de gezondheid van het geheel. Is het onze Europese opdracht om niet in volledige controle of in totale chaos te belanden, maar te erkennen dat diversiteit de basis is van de samenhang tussen alle levende wezens?  Als we een wereld creëren die vitaal en divers is, hebben we de aard van het virus overwonnen. In ieder geval vliegt er dan vast weer een vliegje in mijn mond.